Donderdag 24 september

Dagboek van Donderdag 24 september 2020 door Rob Luijer

Voor diegenen die mij een beetje kennen sta ik bekend als een “prater”. Maar schrijven is eigenlijk gewoon opschrijven van wat je zegt. Dus zal mijn bijdrage voor het Dagboek van Goudriaan vast wel lukken. Wat gaat de tijd toch snel. Het is alweer ruim 18 jaar geleden dat we de drukte van de stad zijn ontvlucht. We woonden op Scheveningen, niet ver van het strand. Maar toen de gemeente verzon dat je parkeergeld moest gaan betalen als je voor je eigen deur wilde parkeren was voor ons het moment gekomen om te vluchten naar het platteland. Wonen in het Groene Hart was altijd al een vurige wens geweest. Ook de donkere nachthemel zou goed van pas komen bij mijn hobby Sterrenkunde. Een eigen sterrenwacht op het dak van de wagenschuur is nog in aanbouw. Ook mijn eigen groenten verbouwen en tuinieren vind ik heerlijk. Ruim 40 verschillende appelbomen staan nu in de boomgaard. Ook diverse peren-, pruimenbomen en heel wat bessenstruiken.

De kinderen waren inmiddels allemaal het huis al uit dus geen enkele reden om in Scheveningen te blijven wonen.

Na wat zoeken bij diverse makelaars en het snuffelen in de landelijke advertenties kwamen we uiteindelijk in Goudriaan terecht. Op school hadden we nooit geleerd waar dat precies lag. Na het pontje bij Schoonhoven te hebben genomen was het al snel duidelijk dat we hier voor altijd wilden wonen. Wat een rust en wat prachtig dat slingerende veenstroompje dat, later bleek de naamgever van het dorp te zijn. De riet-gedekte boerderij van de familie Slob, gebouwd rond 1880 was snel gevonden. We mochten even binnen kijken en waren verrukt van wat wij zagen. Alles heel sober ingericht en absoluut geen overbodige luxe. Mooie oude tegeltableaus van een hond en een kat achter de oliekachel vielen ons meteen op. Ook de kapstok met koeienhoorns als jashaken was een blikvanger.

De lamp boven de keukentafel hebben we als souvenir aan het verleden in de keuken laten hangen en de hond en de kat kregen een nieuwe plaats boven het nieuw geplaatste AGA fornuis. 

Na wat onderhandelen met de makelaar waren we het snel eens. In juli 2002 verhuisden we naar de nog te renoveren boerderij. Het voorhuis diende als tijdelijke woning. Koken op een camping gasstel en het ontbreken van de gebruikelijke gemakken waren voor ons geen probleem. Op dat moment werkte ik nog bij de afdeling Gebouwen van de PTT in den Haag. Dus de verbouwing moest ‘s-avonds en in de weekenden gebeuren. Met hulp van vrienden en kennissen en een bevriende metselaar verliep alles volgens plan. Ruim 50 heipalen gingen de grond in om de nieuw op te trekken buitenmuren op de slappe bodem van onze polder te kunnen dragen. Ik kwam al snel in contact met Bram den Boer uit Goudriaan die deze klus voor ons klaarde.

Later werd zijn hulp weer ingeroepen bij het afbreken van de bouwvallige varkensstal. Ook daar mocht hij de nodige palen de grond in slaan. Een compleet nieuwe “varkensstal” werd gebouwd met de bedoeling dat mijn vrouw die zou gaan gebruiken als naaiatelier. Jarenlang organiseerde zij daarin naaikransjes voor dames uit de buurt. Ook gaf ze er Quiltlessen. We waren van plan samen heel oud te worden in onze boerderij. Maar helaas werd deze wens wreed verstoord door een ongeneselijke ziekte bij haar. Zij overleed helaas, veel te jong alweer 3 jaar geleden. Maar het leven gaat door. Op haar uitdrukkelijk aanraden moest ik niet alleen blijven. “Een man alleen in zo’n grote boerderij is niks” zij ze op het laatst nog tegen mij. Daarom heb ik nu een Latrelatie met Gerda (77 en al 2x weduwe) uit Heemstede. We wandelen veel en gaan vaak met vakantie in binnen en buitenland. Door haar leef ik weer. Samenwonen willen we geen van beiden. Daarvoor zijn we te lang getrouwd geweest en hebben daaraan onze eigen herinneringen. Op naar de 100 zeggen we vaak tegen elkaar. Natuurlijk wel met een goede gezondheid. 

En dat wandelen met Gerda is daar heel goed voor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *