Donderdag 25 juni

Goudiaan, 25 juni 2020.

Hallo Goudrianers. Wat ontzettend leuk, dat ik vandaag een bladzijde mag vullen voor ons Goudriaanse dagboek. Ik ben Conny van Zijl. Import vanuit Rotterdam. Getrouwd met Rik. Samen wonen we al vanaf 1973 in dit heerlijke, prachtige dorp.

Een tropische dag. Boven 30 gr. Rustig aan dus maar. Nou zijn we dat op onze leeftijd toch al gewend. Bij de koffie spelen we – zoals haast iedere dag – een spelletje yahtzee. Lekker ontspannend. Om half een melden we ons op het terras van ons “eigen” Raadhuis, waar een vriendin uit Giessenburg op ons wacht.  We hebben haar lang niet gezien, dus dat wordt lekker bijkletsen. Het is bijzonder druk. Heel gezellig. Wat een unieke plek is dit toch. Zicht op de molen, wat wil een mens nog meer. Er moeten nog wat boodschappen gedaan worden, dus rijden wij de polder door. We mijmeren wat en denken terug aan het begin van de zeventiger jaren. We waren net getrouwd en wilden graag een gezinnetje stichten. Maar kinderen grootbrengen in de stad zagen we niet zo zitten. Dus bezochten we diverse dorpen in de Alblasserwaard, waar we bleven steken in Goudriaan. Niemand begreep wat we daar nu gingen doen, de dorpelingen niet en onze familie en vrienden niet. Maar wij begrepen het wel, zeker toen bleek dat er nog een huis te koop was aan de van Assendelftstraat aan de wetering, met zicht op de polder.

Wij waren de koning te rijk. Wat een rust, wat een weelde, wat een weldaad voor ons welzijn. De kinderen kwamen, zoals gehoopt, een meisje en een jongen. Bootje varen, de weilanden door crossen, uilenballen zoeken, we deden het allemaal. En genoten. De kinderen gingen naar school. Eerst de kleuterschool van juffrouw Ans, daarna de Openbare Basisschool.  Bij meester Sturm in het oude schoolgebouw en later in een spiksplinternieuw schooltje. Trots waren we dat we dat voor elkaar gekregen hadden. Wij wilden namelijk ook graag een actieve bijdrage leveren aan onze inburgering. Niet alleen aan de zijlijn blijven staan dus. Maar ook niet als eigenwijs stadsmens, alles beter weten. Zeker niet. Daarom was ik een van de oprichters van gymnastiekver. De Kroospikkers, toen de Multistee werd gebouwd. En daarom was ik ook actief voor het openbare schooltje. Pas toen ik van een echte Goudriaanse hoorde dat “ik best wel mee viel”, voelde in me er echt bij horen.

Maar was de  overgang niet ontzettend  groot, hoor ik u vragen. Voor ons niet. Rik en ik zijn allebei echte Rotterdammers van Zuid. We houden van die stad, nog steeds. Het bruist, er gebeurt altijd wat en op cultureel en culinair gebied kun je er je hart ophalen. En Feyenoord natuurlijk! Dus af een toe een dag Rotterdam houden we er zeker in. Maar als we weer terugrijden de polder in, gaan we naar huis. Daar horen we , in ons eigen dorp. Wij hopen, dat we er nog vele jaren mogen wonen, want we moeten er niet aan denken om te moeten verkassen. Ons huis is niet echt geschikt voor ouderen, met een zitkuil en veel trappetjes, maar daar komt ook wel weer een oplossing voor. Zeker ook in deze ingewikkelde Corona tijd, zeggen we tegen elkaar dat het een zegen is dat we hier wonen. Wandelen naar De Goudriaanse Plasjes, fietsen in de omgeving, je zit niemand in de weg en geniet van de natuur en de rust. Ik zit dit stukje te tikken op onze zolderverdieping: zicht op de koeien van Jan Arie en de prachtige molen, vogels die fluiten. Ik geniet volop en hoop, dat nog heel lang te mogen doen. Natuurlijk samen met Rik, die hier al helemaal nooit weg wil.

Lieve groet, Conny van Zijl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *