Vrijdag 21 februari

Foto: Jan Arie Koorevaar (van Facebook)

Wat nou als…

…Goudriaan een vrouw was,

Dan zou zij zwierig de wind trotseren,

Glimlachen als hemelwater neerdaalt,

Alles zijn wat mans hart kan begeren,

Hopelijk raakt ze niet in Ottoland verdwaald.

…Goudriaan een dropsleutel was,

Durf je er hooguit aan te likken,

Happen doe je immers één keer,

Want je durf haar niet door te slikken,

Ook al smaakt het naar zee en meer.

…Goudriaan een kwikstaart was,

Dan hopt zij zelfs in vlucht,

Danst zij op sappige groene beemden,

Smaakt haar een worm als een rijpe vrucht,

En schijt zij enkel op vreemden.

…Goudriaan grijs was,

Dan is dat niet van ouderdom,

Het is ter compensatie,

Want met al haar kleur en glom,

Geschied er veel copulatie.

…Goudriaan een dinosaurus was,

Zou zij groots klein zijn,

Uniek in verschijning en soort,

Onwrikbaar en met wat gein,

Trekt ze haar shirt uit als ze scoort.

…Goudriaan een druif was,

Dan is zij al rijp voor eeuwen,

Perfect gerond en fruitig gekleurd,

Een delicatesse voor koningsspreeuwen,

Die uit hun onderbroek zijn gescheurd.

…Goudriaan een stad was,

Zou ze dan nog ruw in schoonheid zijn?

Heldhaftig, moedig en onversaagd?

De gedachte smaakt wat als azijn,

Alsof er een muis aan je teennagel knaagt.

Dichter der Gouwerjaans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *