Vrijdag 28 augustus; Zuidzijde 167 – deel 2

De geschiedenis van een Goudriaanse boerderij

Door M.S.M. Drinkwaard en L. Ooms

Iedereen die iets wil weten over Goudriaan en zijn geschiedenis kan terecht in het boek van Andries van der Graaf 1) dat de historie van het dorp beschrijft. Op blad-zijde 6 zegt hij zelf er geen aanspraak op te maken dat hij historie van Goudriaan volledig heeft beschreven. Dat kan ook niet binnen het kader van één boek. Maar daardoor is er nog wel iets overgebleven voor hen die bepaalde facetten van de geschiedenis van Goudriaan er uit willen lichten.

Het dorp

Wat Goudriaan in 1830 voor een dorp was kunnen we met de gegevens in de ‘Dictionare Geografique’, op bladzijde 31 t/m 34 van het boek ‘Goudriaan Gisteren’, als volgt omschrijven:

Goudriaan was een dorp gelegen aan een slijk- of kleiweg en met dergelijke wegen verbonden met Gorinchem, Schoonhoven, enzovoort. Deze wegen waren in de winter niet bruikbaar omdat ze niet bestraat of bezand waren. Het transport van goederen en passagiers, in die volgorde!, naar Gorinchem vond plaats door middel van twee schuiten. Het loon van een landman was in die tijd vijfenzeventig cents en van een vrouw veertig centen. Er staat echter niet bij over welk tijdvak dat loon is.

De bevolking van 396 personen was in 1829 samengesteld uit 201 mannen en 195 vrouwen. Er was sprake van een flinke groei ten opzichte van 1818 toen er 121 mensen in Oud- en 204 in Nieuw-Goudriaan woonden.

De levende have bestond onder meer uit 54 paarden, 459 koeien, 175 kalveren, 34 varkens, 10 schapen en 4 geiten. Zo was Goudriaan toen en in die tijd stond er op het westeinde van het dorp een boerderij die in het Werenboek van 1803 onder Nieuw-Goudriaan nummer 48, wordt genoemd: ‘De wed. Cornelis Boonstoppel’s Hoef (Jan Leendertsz. Hoef) 16 Morgen, 0 hond en 0 roe’. Over deze boerderij gaat het in dit artikel.

De boerderij

De genoemde weduwe Cornelis Willems Boonstoppel was Adriana Ingense Vonk 2). Cornelis en Adriana hadden op een openbare verkoping op 5 februari 1773 gekocht: ‘…eene hofstede vanouds genaamd de Jan Leendertsche Hoef’.

Cornelis was volgens het Werenboek in 1803 zelf reeds overleden want de boerderij stond toen op naam van zijn weduwe. De weduwe Boonstoppel werd op de boerderij opgevolgd door haar dochter Barbera Boonstoppel, die gehuwd was met Jan Stout. In 1822 verkochten deze echtelieden de boerderij en uit de verkoopakte nemen we het volgende over:

‘…de hofstede, gemerkt nummer zes en vijftig, bestaande in een Bouwmanswoning, Berg en erve, met dertien Bunders, twee en zestig Roeden en nagenoeg één en vijftig Ellen, nieuwe Nederlandsche- gelijkstaande met zestien Morgen oude Land- maat wei-, hooi- , hennep- en griendland, gelegen op het Westeinde van Nieuw-Goudriaan, aan den Heer Johan Frederik van Rijsoort, Lid der Staten van Holland en van den Raad der Stad Gorinchem, en aldaar wonende, voor den som van twee duizend acht honderd Nederlandsche guldens, den 28e Oktober 1822’.

Aan deze verkoop werden echter enkele voorwaarden verbonden, waaronder de bepaling dat de verkopers behielden ‘het genot en gebruik van het voorhuis met den zolder daarboven, mitsgaders van een klein gedeelte van het erfje of tuintje en de helft van het kleine boomgaardje, en zulks hun leven lang, gedurende zonder daarvoor aan den kooper eenige huur of jaarlijkse uitkering verschuldigd te zijn’.

Maar daar stond ook weer iets tegenover: ‘De verkopers daarentegen verbinden zich om in tijden van overstroming op gemelden zolder boven het woonhuis, te vergunnen, aan het geheele huisgezin van de Huurders of Bewoners in der tijd van het overige gedeelte van het Bouwhuis, alsmede om geene andere personen op gemelden zolder op te nemen dan met gemeen overleg en toestemming van de bewoners van het Achterhuis’.

Bron: https://www.binnenwaard.nl/archieven/panden/details/zuidzijde-167/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *