Zaterdag 5 september

Op De Hoogte

Al vanouds wordt het hier de Hoogt genoemd, omdat de overdekte zandrug waarop de weg ligt in het oog loopt door het hoogteverschil met het omringende land. De Hoogt is een onderdeel van wat in geologenland de Schoonrewoerdse rug genoemd wordt. Het is een ruim 5000 jaar geleden verlande rivier die bij het oostelijker gelegen dorp Schoonrewoerd begint en via de Vijfheerenlanden in de Alblasserwaard komt en bij het westelijk gelegen dorp Bleskensgraaf weer onder het veen verdwijnt.

Archeologische onderzoekingen in de jaren zestig hebben uitgewezen dat deze rug bewoond werd door boeren in de Klokbekerperiode (2500-2000 v. Chr.) en doorliep tot in de late bronstijd die in ongeveer 1000 v. Chr. eindigde. Daarna werd het in deze lage gedeelten van het veengebied te nat  door het toen stijgende grondwater (in verband met de zeespiegelstijging). Het zou tot ongeveer 1000nChr duren eer hier in de streek weer kon worden gewoond door boeren, die, in tegenstelling tot zwervende jagers, aan één plaats gebonden zijn.

Van links naar rechts:
1 cent uit de oorlog, 1942. Gemaakt van zinkvast koper. Deze werden gebruikt voor kogels, enzovoort
10 cent uit de oorlog, van zink
knoop, ergens uit 1800/begin 1900
Leeuwencent, ergens tussen eind 1800/begin 1900
2 cent uit België, 1870
Duit uit Stad Utrecht 1874, er gingen 160 duiten in 1 gulden, dus muntje was weinig waard
Ketting hoort aan een zakhorloge
En een kapmes om de wilgen te kappen, waarschijnlijk

De Slingelandse plassen hebben niet zo’n oude historie. Deels liggen deze plassen in Goudriaan en deels in Giessenburg, gescheiden door een graskade die zo vanuit Noordeloos het recreatiegebied doorklieft. Deze kade heeft dan weer wel oude(re) papieren. Recent heeft Co Bikker uit Groot Ammers er nog bijzondere dingen gevonden met een metaaldetector (zie foto, plus tekst).

De plassen in dit gebied zijn ontstaan tijdens de grote ruilverkaveling in de zestiger en zeventigerjaren van de vorige eeuw. De afgegraven klei, die was afgezet toen bovengenoemde rug nog een stromende rivier was, is aangewend voor de aanleg van wegen waarlangs de nieuwe boerderijen gebouwd moesten worden. Om het land optimaal bereikbaar te maken doorsnijden vele nieuwe wegen de lange kavels, omgeven door even lange sloten, die tijdens de ontginning in de 12e  en 13e eeuw zijn ontstaan.

((grotendeels) Uit ‘Het Wilgenpaadje’ uitgave van Den Haneker)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *